Wet tegenbewijsregeling box 3 aangenomen door Eerste Kamer

Op 8 juli 2025 heeft de Eerste Kamer de Wet tegenbewijsregeling box 3 aangenomen. Deze wet introduceert een tegenbewijsregeling in box 3 van de inkomstenbelasting, zoals voorgeschreven door de Hoge Raad. De wet biedt een tijdelijke oplossing totdat een nieuw box 3-stelsel is ingevoerd onder de Wetwerkelijk rendement box 3 (naar verwachting per 1 januari 2028).

Hoe wordt het werkelijk rendement bepaald?

Belastingplichtigen die benadeeld zijn, moeten gecompenseerd worden. De compensatie bestaat uit een belastingteruggaaf indien en voor zover de belastingplichtigen aannemelijk kunnen maken dat hun werkelijke rendement lager is dan de forfaitaire belastingheffing sinds 2017. De Wet tegenbewijsregeling box 3 bepaalt dat het werkelijke rendement in box 3 is opgebouwd uit:

  • positieve reguliere voordelen, zoals rente, huur, pacht, dividend, winstuitkeringen, vergoedingen voor het verstrekken van kapitaal, licentie- en gebruiksvergoedingen, etc.
  • negatieve reguliere voordelen, zoals rentekosten ter zake van schulden. Andere kosten zijn niet aftrekbaar.
  • vermogensaanwas, wat uit het verschil tussen de waarde in het economische verkeer aan het einde van het kalenderjaar en de waarde aan het begin van het kalenderjaar bestaat, verminderd met stortingen en vermeerderd met onttrekkingen.

Voor woningen geldt dat de WOZ-waarde wordt vergeleken aan het begin en het einde van het voorliggende kalenderjaar. Hierbij worden waardevermeerderende investeringen uitgezonderd als dit kan worden aangetoond met een nadere WOZ-beschikking.

Voor welke jaren kan tegenbewijs geleverd worden?

De wet heeft deels terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 en deels tot1 januari 2023, gerelateerd aan de box 3-wetten die sinds 2017 gelden.

Voor de jaren 2017-2022 zijn er drie manieren waarop het box 3-inkomen kan worden vastgesteld:

  • de oorspronkelijke forfaitaire regeling met een forfaitaire vermogenssamenstelling.
  • de nieuwe forfaitaire berekeningsmethode op basis van de werkelijke samenstelling van het vermogen. De belastinginspecteur past automatisch de meest gunstige van deze twee forfaitaire methodes toe.
  • het werkelijke rendement, indien de belastingplichtige kan aantonen dat dit lager is dan de forfaitaire methodes.

Voor de jaren 2023-2027 zijn er twee manieren:

  • de forfaitaire berekeningsmethode op basis van de werkelijke samenstelling van het vermogen.
  • het werkelijke rendement, indien de belastingplichtige kan aantonen dat dit lager is dan op basis van de forfaitaire methode.

De regels voor het bepalen van het werkelijke rendement zijn in beide periodes in beginsel hetzelfde, rekening houdend met jaarlijks verschillen, zoals de hoogte van de vrijstelling voor groene beleggingen.

Verplicht gebruik formulier

Het OWR-formulier is op 10 juli 2025 beschikbaar gesteld via Mijn Belastingdienst. Vanaf die datum moet het formulier verplicht worden gebruikt voor een beroep op de tegenbewijsregeling, ook voor belastingaangiftes, bezwaarschriften, herzieningsverzoeken en verzoeken om ambtshalve vermindering die zijn ingediend voordat het formulier beschikbaar werd gesteld.

Op de site Wanneer mag ik mijn werkelijk rendement doorgeven? van de Belastingdienst staat dat u uw werkelijk rendement pas mag doorgeven nadat u daar een brief van de Belastingdienst over heeft ontvangen. Voor meerdere jaren tegelijk terugvragen kan niet. Op deze site kunt u ook lezen wanneer uw jaar aan de beurt is. Het kan nog tot 2028 duren voordat alle 10 miljoen brieven verstuurd zijn! Begonnen wordt met de jaren 2017-2022.


Bronnen: KPMG Meijburg & Co via de link Wet tegenbewijsregeling box 3 aangenomen door Eerste Kamer | Meijburg & Co Tax & Legal

Belastingdienst via de link Box 3 (vermogensrendementsheffing)