Het tweede kwartaal begon onrustig. Beleggers maakten zich zorgen over de oplopende spanningen in het Midden-Oosten, die de olieprijs opjoegen en inflatievrees aanwakkerden. Staatsobligaties waren volatiel (bewegelijk), omdat de markt twijfelt over het toekomstige rentebeleid van de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank. Toch hielden aandelenmarkten redelijk stand, dankzij sterke economische cijfers en een robuuste arbeidsmarkt in de Verenigde Staten. Met name technologiebedrijven profiteerden van de aanhoudende investeringen in kunstmatige intelligentie (AI), ook al bleven beleggers terughoudend door de geopolitieke onzekerheid.
In mei verbeterde het sentiment aanzienlijk. De angst voor een verdere escalatie van het conflict tussen de VS en Iran ebde weg, en beleggers richtten hun aandacht opnieuw op bedrijfsresultaten. Veel ondernemingen rapporteerden betere winsten dan verwacht, met name in de technologie-, communicatie- en halfgeleidersector. De vraag naar AI-infrastructuur, datacenters en geheugenchips blijft onverminderd groot, wat leidde tot forse koersstijgingen bij veel technologieaandelen. Ondertussen daalde de olieprijs, wat de inflatievooruitzichten gunstig beïnvloedde. Hierdoor groeide ook de verwachting dat centrale banken later in het jaar een minder restrictief beleid zouden kunnen voeren. Zowel aandelen als bedrijfsobligaties profiteerden hiervan.
Juni werd de sterkste maand van het kwartaal. De de-escalatie van het conflict rond Iran zorgde voor een scherpe daling van de olieprijs, waardoor inflatiezorgen verder afnamen. Beleggers kregen meer vertrouwen in een ‘soft landing’ van de wereldeconomie. Dit is het scenario waarbij de groei positief blijft en een recessie wordt vermeden. De AI-rally versnelde opnieuw, waarbij vooral halfgeleiderbedrijven uitzonderlijk presteerden. Bovendien verbreedde de stijging van de aandelenkoersen zich naar kleinere bedrijven en andere sectoren, wat wijst op een gezondere beursrally. Op de obligatiemarkten waren de rendementen beperkt positief, door de aanhoudende onzekerheid over toekomstige renteverhogingen.
Het tweede kwartaal groeide uit tot het sterkste kwartaal voor veel aandelenmarkten sinds 2020. De combinatie van afnemende geopolitieke spanningen, dalende olieprijzen, sterke bedrijfswinsten en aanhoudend optimisme rond AI zorgde voor een krachtige wereldwijde beursrally. Obligaties leverden eveneens positieve rendementen op, maar bleven duidelijk achter bij aandelen.
Samenvattend zijn aandelen in het tweede kwartaal wereldwijd met gemiddeld 16,8% gestegen. Obligatiekoersen moesten het wereldwijd doen met een stijging van 0,8%.
| Aandelen | 2026.Q2 | 1 jaar | 3 jaar | 5 jaar |
| MSCI ontwikkelde markten | 15,8% | 25,0% | 17,6% | 12,5% |
| MSCI opkomende markten | 24,7% | 45,5% | 20,3% | 8,2% |
| MSCI alle markten | 16,8% | 27,7% | 17,9% | 11,9% |
| Obligaties (EUR hedged) | 2026.Q2 | 1 jaar | 3 jaar | 5 jaar |
| BBgBarc Euro obligatiemix | 1,9% | 1,7% | 3,3% | -1,5% |
| BBgBarc Wereldwijde obligatiemix | 0,8% | 1,1% | 2,3% | -1,5% |
| BBgBarc Wereldwijde bedrijfsobligaties | 1,5% | 2,1% | 4,0% | -0,9% |
Bronnen: Bloomberg, Morningstar, MSCI, Wise