In het afgelopen kwartaal kenmerkten de financiële markten zich door aanzienlijke volatiliteit, voornamelijk veroorzaakt door onzekerheid rond het Amerikaanse handelsbeleid en de importheffingen die door president Trump werden aan- en afgekondigd. De aanhoudende geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten spelen eveneens een rol, al bleef de impact daarvan op de markten uiteindelijk beperkt.
In april leidde de Amerikaanse aankondiging van nieuwe importtarieven tot een scherpe terugval op de markten. De S&P 500 verloor 12% in de week na de bekendmaking, terwijl de rente op Amerikaanse 10-jaars staatsobligaties met 50 basispunten opliep. De Amerikaanse regering reageerde snel met een tijdelijke opschorting van de tarieven en het sluiten van een principeakkoord met China. Dit bracht herstel op gang, waarmee april uitgroeide tot een maand van extreme koersschommelingen en snelle beleidswijzigingen. Ondanks de aanvankelijk forse verliezen, herstelden de markten zich grotendeels en werd de maand uiteindelijk afgesloten met relatief beperkte verliezen.
In mei veerden de markten sterk op, mede dankzij afnemende handelsspanningen en beter dan verwachte bedrijfsresultaten. De MSCI World Index steeg met 4,2%, waarbij vooral technologieaandelen — met name in de AI-sector — een indrukwekkende koerswinst van circa 10% lieten zien. Ook obligatiemarkten noteerden een lichte stijging, ondanks de blijvende marktonrust. Een lichte daling van de inflatiecijfers bood steun aan obligaties, al oefenden robuuste werkgelegenheidscijfers enige druk uit. Die druk werd echter gecompenseerd door de aanhoudende vraag naar obligaties als veilige haven. Grondstofprijzen daalden, onder andere door lagere olieprijzen, terwijl edelmetalen zoals goud en platina hun aantrekkingskracht behielden.
De opwaartse trend op de aandelenmarkten zette zich in juni voort. Technologieaandelen bleven de grootste stijgers, en ook groeiaandelen en aandelen uit opkomende markten konden rekenen op toenemende belangstelling. Hierdoor liepen de koersen verder op. Op de obligatiemarkten ontstond een gemengd beeld: Amerikaanse staatsobligaties daalden licht, terwijl bedrijfsobligaties en high-yield leningen juist koerswinst boekten. Olieprijzen stegen tijdelijk door oplopende spanningen tussen Israël en Iran, maar zakten uiteindelijk weg door aangekondigde productieverhogingen van OPEC-landen.
Per saldo stegen de wereldwijde aandelenmarkten in het tweede kwartaal met gemiddeld 2,6% (gemeten in euro’s). De obligatiemarkt liet een wisselend verloop zien. In eerste instantie stegen de koersen als gevolg van de marktonrust, maar later in het kwartaal namen inflatiezorgen weer toe en daalde de verwachting op verdere renteverlagingen door centrale banken. Toch eindigde het kwartaal voor obligaties met een lichte winst van 0,9%. Grondstoffen deden het over het algemeen minder goed, met een gemiddelde daling van 3,1%. De Amerikaanse dollar verzwakte sterk ten opzichte van de euro, met een daling van maar liefst 9%.
| Aandelen | 2025.Q2 | 1 jaar | 3 jaar | 5 jaar |
| MSCI ontwikkelde markten | 2,5% | 6,2% | 13,8% | 13,5% |
| MSCI opkomende markten | 2,9% | 4,1% | 5,6% | 6,4% |
| MSCI alle markten | 2,6% | 6,1% | 12,9% | 12,7% |
| Obligaties (EUR hedged) | 2025.Q2 | 1 jaar | 3 jaar | 5 jaar |
| BBgBarc Euro obligatiemix | 1,7% | 4,6% | 1,4% | -1,9% |
| BBgBarc Wereldwijde obligatiemix | 0,9% | 4,0% | 1,9% | -2,0% |
| BBgBarc Wereldwijde bedrijfsobligaties | 1,4% | 5,3% | 2,8% | -0,9% |
Bronnen: JP Morgan AM, Morningstar, MSCI, Pricepedia, Segal & Guardian.