In lijn met het gunstige beleggingsjaar 2024 lieten de financiële markten in januari een positief beeld zien. Het waren vooral Europese aandelen die forse koersstijgingen van gemiddeld 8.5% lieten zien nadat ze in het afgelopen jaar waren achter gebleven. In de VS was deze stijging met 2,7% beduidend minder. De Amerikaanse kapitaalmarktrente daalde licht in januari, terwijl in Europa de rente juist opliep vanwege aanhoudende inflatiedruk. Hierdoor daalden met name koersen van Europese staatsobligaties. Bedrijfsobligaties lieten in januari nog wel een positief rendement zien. Obligatiemarkten vertoonden derhalve een gemengd beeld. In januari kenden de financiële markten over het algemeen een positieve start van het jaar gedreven door sterke bedrijfsresultaten en marktoptimisme.
In februari sloeg het marktsentiment echter behoorlijk om. Niet lang na de inauguratie van Trump als president van de VS werden in het weekend van 1 februari forse handelstarieven opgelegd aan de Amerikaanse buurlanden Canada en Mexico. Een week later kondigde Trump vervolgens een extra importheffing van 25% aan op staal en aluminium voor al zijn handelspartners. Eind februari ten slotte werd gedreigd met 25% importtarieven op alle goederen uit Europa. Daarnaast nam de geopolitieke instabiliteit toe met als voorlopig dieptepunt de confrontatie tussen Trump en Vance met Zelensky in het Witte Huis. Februari vertoonde derhalve een wisselvallig beeld op de financiële markten met dalingen op de belangrijkste aandelenbeurzen en schommelingen in obligatierendementen vanwege toegenomen handelszorgen en geopolitieke spanningen.
Europese aandelenmarkten registreerden in maart hun eerste maandelijkse daling dit jaar, mede door de voortdurende dreiging van Amerikaanse tarieven en de impact daarvan op de exportgerichte economieën van Europa. Deze ontwikkelingen leidden tot een scherpe daling van de Europese aandelenkoersen, waarbij sommige markten het grootste verlies sinds maart 2020 noteerden. Ook de Amerikaanse aandelenmarkt moest het ontgelden met een daling van 5,8%. De koersdalingen werden voornamelijk toegeschreven aan de escalatie van handelsconflicten en de invoering van nieuwe tarieven door de Amerikaanse regering. Obligatiemarkten in Europa werden vooral beïnvloed door politieke besluiten om investeringen in de Europese defensie fors te verhogen en door het einde van de “rem” op de Duitse staatsschuld. Dit leidde tot aanzienlijke stijging van de kapitaalrente in maart.
Per saldo daalden het afgelopen kwartaal de aandelenkoersen wereldwijd met ruim 6%. Obligaties vertoonden wereldwijd een stijging van 0,6% ondanks het negatieve rendement in Europa. Grondstoffen lieten een gemengd beeld zien met goud als positieve uitschieter naar boven. Al met al werd het afgelopen kwartaal gekenmerkt door toegenomen marktvolatiliteit, gedreven door handelsconflicten en geopolitieke onzekerheden, wat zowel de aandelen- als obligatiemarkten negatief beïnvloedde.
| Aandelen | 2025.Q1 | 1 jaar | 3 jaar | 5 jaar |
| MSCI ontwikkelde markten | -6,8% | 7,1% | 7,6% | 16,1% |
| MSCI opkomende markten | -1,4% | 8,0% | -2,5% | 4,1% |
| MSCI alle markten | -6,1% | 7,2% | 6,9% | 15,2% |
| Obligaties (EUR hedged) | 2025.Q1 | 1 jaar | 3 jaar | 5 jaar |
| BBgBarc Euro obligatiemix | -0,7% | 2,8% | -1,0% | -1,7% |
| BBgBarc Wereldwijde obligatiemix | 0,6% | 2,7% | -0,5% | -1,5% |
| BBgBarc Wereldwijde bedrijfsobligaties | 1,2% | 2,3% | -0,5% | -0,7% |
Bronnen: Morningstar, Nagelmackers, Reuters, State Street