In de Tweede Kamer bestaat steun, zij het met duidelijke tegenzin, voor het door de regering voorgestelde box 3-stelsel dat per 2028 in moet gaan. Beleggers worden dan in beginsel belast op basis van het werkelijke rendement. Voor reguliere jaarlijkse inkomsten als rente, dividend en huur verminderd met de daarop betrekking hebbende kosten is dit niet zo’n probleem. Dit is ingewikkelder voor de belasting van de waardeontwikkeling van de onderliggende belegging.
De gekozen uitwerking over dit deel van het wetsvoorstel leidt tot verdeeldheid. Voor de meeste financiële beleggingen gaat een vermogensaanwasbelasting gelden (jaarlijks over gerealiseerd én ongerealiseerd rendement). Voor vastgoed en aandelen in start-ups wordt gekozen voor een vermogenswinstbenadering, waarbij pas bij verkoop over de waardestijging hoeft te worden afgerekend.
Daarnaast is er kritiek op de jaarlijkse vastgoedbijtelling, die door verschillende Kamerleden als fors en mogelijk juridisch kwetsbaar wordt gezien. Verder zijn er zorgen over de uitvoerbaarheid. De Belastingdienst heeft naar schatting 900 extra fte nodig. Desondanks lijkt een meerderheid van de Tweede Kamer zich neer te leggen bij dit tijdelijke stelsel, vanwege gebrek aan haalbare alternatieven en gezien de budgettaire consequenties van verder uitstel.
De vastgoedbijtelling is bedoeld om ook jaarlijks belasting te kunnen heffen over vastgoed dat geheel of gedeeltelijk in eigen gebruik is en waar dus niet het hele jaar huur over ontvangen wordt. Denk aan bijvoorbeeld een tweede woning die niet of slechts een deel van het jaar verhuurd wordt.
Met de vastgoedbijtelling wordt op forfaitaire wijze bepaald wat de jaarlijkse inkomsten zijn van dat eigen gebruik. Op die manier kan er een economische waarde gehangen worden aan de beschikbaarheid voor gebruik (verhuur, eigen gebruik of andere doeleinden) van een pand dat in box 3 valt.
Gevolg van de introductie van de vastgoedbijtelling is dat er straks drie categorieën panden te onderscheiden zijn in box 3:
Nota bene: naast deze vastgoedbijtelling wordt dus ook belasting geheven over de vermogenswinst bij verkoop. Verlies bij verkoop mag je verrekenen met positieve box 3 inkomsten in de jaren daarna. Bij die verrekening is de bron van die positieve inkomsten niet relevant, zodat je dit verlies bijvoorbeeld kunt verrekenen met koerswinst op aandelen.